Tag Archives: vFiler

LUN’s unmappen

Soms moet een iSCSI target opnieuw gekoppeld worden. Het probleem hiermee is dat het volume in gebruik is ondanks het feit dat de iSCSI initiator gestopt is op de Windows machine. Op het Netapp SAN moeten dan een aantal commando’s worden uitgevoerd.

Afhankelijk van de inrichting van het Netapp SAN dient er misschien eerst een vFiler geselecteerd worden:
vfiler context vfilernaam

Selecteer eerst de igroup van het lun. Dit gaat als volgt:

igroup show

Kopieer de juiste igroup bijvoorbeeld
viaRPC.iqn.1991-05.com.microsoft:computernaam.domeinnaam.local

Controleer welk lun je wilt unmappen

lun show

Kies daarna het lun en unmap het lun door het volgende commando:

lun unmap /vol/vfilernaam/volumenaam+description viaRPC.iqn.1991-05.com.microsoft:computernaam.domeinnaam.local

Hierna kun je nogmaals lun show doen en controleren of het volume daadwerklijk unmapped is.

Herinitieer daarna de iSCSI initiator op de Windows host en configureer het volume.

Netapp volume description weergeven

Wanneer aan een vFiler een volume wordt toegewezen, en deze wordt via iSCSI gemapped naar een Windows machine kan er een naam gekozen worden binnen het volume. Het betreft hier een dan een mapping middels Snapdrive. Wanneer er via Filerview (<ONTAP 8.0.2) of via Snapmanager gekeken wordt naar het aantal volumes kan het moeilijk zijn om te kijken welk volume naar welke machine gemapped is. Wanneer er via SSH verbonden wordt naar de controllers van het Netapp SAN/NAS is het mogelijk om de description uit te lezen. Dit kan slechts per vFiler uitgevoerd worden.

vfiler context VFILERNAME
lun show all

Netapp performance commando’s

Een aantal basis commando’s zijn de volgende.

Performance van het Netapp systeem:

stat show -p flexscale-access -i 5

Dit geeft de status van de cache van de controller aan. De -i is de interval op basis van het aantal seconden.

sysstat -x

De -x geeft alle informatie. Aan het einde van summary kan de -s opgegeven worden.